Stemmen in de klas

theaterInleiding

Wie vroeger naar het theater ging, nam tot zich wat de makers gaven. Er was weinig tot geen interactie: de voorstelling was tevoren ontwikkeld en werd uitgevoerd zoals die was. In latere jaren veranderde dat: acteurs gingen zich meer richten tot het publiek en de voorstelling werd – gedeeltelijk – ter plekke ingevuld. Stand-up comedy, een theatervorm waarin het publiek een centrale rol vervult, is al ontwikkeld is in de vorige eeuw, maar kent in deze eeuw een grote groei. Blijkbaar is er een groeiende behoefte aan interactie en willen we graag inspraak hebben in wat we zien.

Die behoefte aan interactiviteit speelt ook bij lezingen of presentaties: we vinden het prettig als een spreker luistert naar zijn publiek en zijn verhaal daarop aanpast. Lange tijd waren er beperkte mogelijkheden om dat te doen: soms peilden sprekers de meningen van de aanwezigen door middel van het opsteken van handen, maar daar bleef het vaak bij. Door de nieuwe media hebben we steeds meer interactiemogelijkheden kregen. Bij televisie zaten we nog achterover in onze stoel te kijken; bij het nieuwe medium games moeten we aan de slag en krijgen we de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op datgene wat we zien. Datzelfde geldt voor gedrukte media en internet: een boek lees je van a tot z, terwijl internet ons verleidt om steeds andere wegen te verkennen. Bij televisie-uitzendingen zijn we er al aan gewend dat het publiek kan bepalen wie een wedstrijd wint: je kunt bellen of sms’en om te laten weten wie volgens jou de beste is. Deze technische faciliteiten voor het creëren van interactie zijn inmiddels zo goedkoop geworden, dat we ze ook in het onderwijs kunnen toepassen.

Stemmen in het onderwijs – didactische toepassingen

Het houden van een monoloog vonden we lange tijd de beste invulling van een hoorcollege. Het sociaal constructivisme geeft aan dat het effectiever is om samen te leren, dus tijdens colleges interactie met de studenten te hebben, zodat zij actief met de leerstof om gaan. Dit kan natuurlijk door één op één met studenten in gesprek te gaan of in discussie met heel de groep. Je kunt ook studenten om hun mening vragen door hun hand op te steken. Wil je de meningen van de studenten inventariseren, dan is het stemmen met handopsteken een goed middel. Nadeel van deze stemvorm is dat het niet anoniem is en studenten elkaar kunnen beïnvloeden. Dit is te ondervangen door studenten hun antwoord op een briefje te laten schrijven, deze te verzamelen en te tellen. Een omslachtige wijze. Anoniem stemmen kan ook op andere manieren, bijvoorbeel via internet.

Naast het voordeel dat studenten elkaar niet meer beïnvloeden tijdens het stemmen is ook een voordeel dat de resultaten heel duidelijk in een diagram weergegeven kunnen worden. Nadeel van deze systemen is dat ze geld kosten en je ze voorafgaand aan het college moet organiseren. Je moet niet alleen de vragen verzinnen maar ook antwoordopties. Het blijkt dat dit de nodig ervaring vereist, om dit goed te doen.

Bij de meeste tools is het mogelijk om studenten te laten kiezen tussen verschillende voorgedefinieerde antwoorden en om open vragen te stellen, zodat de student het antwoord zelf kan formuleren. Een belangrijk voordeel van stemmen ten opzichte van informeel vragen, is dat studenten worden gedwongen een keuze te maken en zo het geleerde daadwerkelijk toe te passen.

Het stemmen is op verschillende manieren in het onderwijs in te zetten. Hier volgen enkele mogelijkheden van het gebruik:

  • Testen van voorkennis studenten.
  • Keuze maken voor vervolgcollege.
  • Opiniepeiling, bijvoorbeeld voor het opstarten van een discussie.
  • Bewustwording van studenten: welke kennis beheersen ze nog niet. Bijvoorbeeld door het stellen van tentamenvragen.
  • Controle voor de docent. Heb ik iets goed uitgelegd?
  • Stemmen, bijvoorbeeld kiezen van een winnaar.
  • Inventariseren van kenmerken van de deelnemers om zo een beeld te krijgen van de samenstelling van de groep en je eigen positie.
Tips en trucs
  • Test een tool altijd voordat je het in gaat zetten. Je moet wennen aan de interface en ook aan de interactie met de studenten tijdens het stemmen. Test het bijvoorbeeld met een paar collega’s.
  • Vraag na het stellen van een vraag nooit: “Wie heeft voor antwoord A gestemd?” Het anonieme van de stemming vervalt zo en het is dubbelop. Je kunt wel vragen ‘Kan iemand die voor A heeft gestemd zijn keuze toelichten?’.
  • Stel bij de eerste keer stemmen niet meer dan drie vragen. Je doet zo ervaring op en loopt minder risico dan wanneer je het hele college aan het stemmen hebt opgehangen.
  • Stel niet te veel vragen. Studenten kunnen ‘vraag-moe’ worden. Bij het stemmen via smartphone is drie per uur voldoende.
  • Geef niet direct het antwoord op de vraag, maar laat studenten door middel van peer-tutoring elkaar van hun antwoorden overtuigen. Of laat de studenten met het goede antwoord het uitleggen aan de studenten met een fout antwoord. Hierdoor ontstaat een extra leerslag. Dit is bewezen door Erik Mazur van Harvard University.
  • Zet het stemmen niet bij elk college in, varieer.
  • Vraag na het stemmen aan enkele studenten wat ze van het stemmen vonden. Misschien hebben ze tips om de inzet en betrokkenheid nog verder te vergroten.
Meer informatie

Binnen Zuyd is ervaring met diverse stemtools. Zie meer hierover op de pagina’s over:

Meet the Zuyd Expert

Heb je vragen? Gebruik de reactieruimte onder dit blogitem. Iedereen kan natuurlijk op elke vraag reageren, maar je ontvangt zeker ook een reactie van de Zuyd Expert:

Geef een reactie

Your email will not be published. Name and Email fields are required.